Het Wow-effect

Een nieuw gebouw en een eeuw Belgische kunst

De mevrouw achter de kassa van Kunsthal KAdE stuurt me terug naar buiten, met het advies om via de hoofdingang van het gloednieuwe Eemhuis opnieuw naar binnen te gaan. KAdE is sinds een klein halfjaar gevestigd in een nieuw gebouw van het inmiddels beroemde architectenbureau Neutelings Riedijk (NRA) uit Rotterdam: het Eemhuis. Het gebouw huisvest naast KAdE ook Bibliotheek Eemland, Archief Eemland en Scholen in de Kunst. Bij de kassa van KAdE zie je nog niet hoe indrukwekkend het geheel is, daarom moet ik terug door de hoofddeur: “voor het Wow-effect”.

1411 kade eemhuis binnen

de hal van het Eemhuis (foto Anna van Suchtelen)

Zwevend archief

Inderdaad: Wow. Een typisch staaltje NRA: een enorme trap, studieplekken op de treden, mooie lampen op de tafels als in een ouderwetse bibliotheek, hout, beton en aluminium, brede houten lijsten met doorkijkjes, een zwevend archief. De verschillende instellingen in het gebouw zijn in de architectuur met elkaar verweven. Stoelen, tafels en banken op strategische plekken, zitjes in het raamkozijn met weids uitzicht op de Eemhaven, een en al room with a view. Een jaloersmakende studieplek. Hadden we in Utrecht maar zo’n publiek gebouw.

Het architectenbureau heeft met het Eemhuis opnieuw zijn handtekening gezet: ik zie elementen terug uit het Rozet in Arnhem (ornamenten verwerkt in steen, de monumentale trap als leefruimte), MAS in Antwerpen (open en dichte ruimtes en motief op buitenkant dat verwijst naar de stad) en Beeld en Geluid in Hilversum (glas, kleurgebruik, café op de trap). Hier in Amersfoort is opnieuw prachtig gebruik gemaakt van de ruimte, en er is een unieke oplossing gevonden voor het archief, dat niet laag en onzichtbaar maar hoog in het gebouw is geplaatst in een aluminium constructie, zodat het bijna lijkt te zweven boven de hoofden van de bezoekers.

1411 kade dubbel paard

Roger Van Akelijen, Onrust, 1976, olieverf op doek, 21,5 x 27,5 cm (Courtesy: De Zwarte Panter, Antwerpen)

Opengeklapte ruimte

Op het eerste oog lijkt het erop dat KAdE er bekaaid vanaf is gekomen: KAdE’s ruimte gaat omlaag, de grond in, richting kelder, waar je normaal gesproken het archief zou verwachten. In tegenstelling tot het vorige gebouw wordt daglicht hier niet meer toegelaten. Ik loop door smalle gangen en daal af, om te eindigen in een nauwe ruimte. Ik zit in een bunker van beton. Het enige architectonische lichtpuntje onderweg is een grote indrukwekkende zaal, maar toch, geen daglicht te bekennen. Ook verbeeld ik me dat de expositieruimte kleiner is dan voorheen: ik loop sneller door deze tentoonstelling dan bij vorige KAdE-exposities. Vreemd: je zou zeggen dat NRA, bekend om het samenvoegen van verschillende instituten binnen één gebouw, voor een kunsthal een bijzondere oplossing in petto zou hebben. De mevrouw van de kassa helpt me uit de brand. Ze laat me een foto zien waarop de ruimtes van KAdE er heel anders uitzien. De gangen rondom de grote zaal hebben blijkbaar luiken die opengeklapt kunnen worden. Zo verdwijnen de smalle gangen en kan de grote ruimte zich openen als een schip dat de patrijspoorten opengooit. Op de foto ziet het er mooi uit. De mevrouw jubelt. Bij deze tentoonstelling is daar volgens haar expres geen gebruik van gemaakt.

1411 kade grote zaal

de grote zaal in KAdE (foto: Anna van Suchtelen)

Vervreemding

De curator van ‘De Vierkantigste Rechthoek: een eeuw overzicht van Belgische kunst’ is muzikant en kunstverzamelaar Tom Barman, frontman van de band dEUS. De tentoonstelling, onderdeel van de herdenking van WOI toen veel Belgen naar Nederland vluchtten, is zijn persoonlijke keuze. Duidelijk is dat Barman zich vooral richt op schilderkunst. Daar zit ijzersterk werk bij van topkunstenaars als Michaël Borremans, Luc Tuymans en Wim Delvoye, en van beroemde namen uit een oudere generatie zoals Marcel Broodthaers en Raoul De Keyser. Daarnaast zijn er jonge, onbekendere kunstenaars met recent werk, dat soms wel uit een andere tijd lijkt te komen. Over de hele linie voel je de vervreemding die België lijkt aan te kleven: surrealisme afgewisseld met leegte. Barman zou vermoedelijk zelf deze typering weerleggen, gezien zijn uitspraak: “Pin ons niet vast op iets, want dat kunnen we zélf niet eens. Als de Belgen al iets zijn, dan is het typisch ontypisch.” Maar toch. Het surrealisme zie je bijvoorbeeld terug in het schilderij Onrust van Roger van Akelyen uit 1976, waarin twee achterste delen van twee paarden samen één dier vormen, of in een werk uit 2014 van Lisa Vlaemminck: Het lichtbaken, en het propje baadt. Haar schilderij had zo een kleine eeuw geleden gemaakt kunnen zijn. De leegte komt in opvallend veel werken terug: bijvoorbeeld in het zeegezicht van Léon Spilliaert uit 1908, in het kleurvlak Raon van Raoul De Keyser uit 1976, en in Blow Up van Herman van Ingelgem uit 2008, waarin slechts de hoekjes van een van de muur gescheurde poster zijn overgebleven. Er zijn een paar sculpturale werken te zien, zoals Milk van Kasper Bosmans uit 2014: een houten bak tot op de rand gevuld met melk dat gaandeweg van kleur verandert, afhankelijk van de hoogte van het hout; en een bromfiets  die als een viool in een roodfluwelen kist ligt van Wim Delvoye (2004). Installaties, film en performances zijn nauwelijks aanwezig, met uitzondering van een kort, intrigerend filmpje van Guillaume Bijl waarin je James Ensor ziet rondlopen in ca. 1920, en het filmpje Maritime Hotel (2014) van Luc Tuymans waarin hij zelf op een terras zit en een verhaal vertelt in voice-over. Tuymans lijkt op Marlon Brando: de ongekroonde koning van de Belgische kunst.

1411 kade brommer

Wim Delvoye, Etui voor een bromfiets – Peugeot Vogue, 2004, aluminium, lak, flock, bromfiets Peugeot Vogue, L 175 x 115 x 70 cm (dicht). (Courtesy: de kunstenaar)

Terpentijn

Deze keuze maakt de tentoonstelling bewust eenzijdig: er zijn ongetwijfeld ook hele andere verhalen te vertellen over een eeuw Belgische kunst. De ondertitel   ‘Tom Barman ziet alle hoeken van een eeuw Belgische kunst’ klopt dan ook niet helemaal. Het is vooral een persoonlijk verhaal geworden. Over zijn curatorschap zegt Barman: “Ik ben heel intuïtief te werk gegaan. Eerst voelen, dan denken. Eerst geloven, dan zien.” De uitspraak van René Magritte ’Elk zichtbaar ding verstopt een ander zichtbaar ding’ nam hij als leidraad voor zijn zoektocht. Barman komt tijdens die zoektocht blijkbaar vooral schilders tegen: “Het was een waar genoegen om met mijn schoenen in het terpentijn van de ateliers te mogen treden.” Als je zijn keuze boven het persoonlijke wil laten uitstijgen, zou het iets kunnen zeggen over de tijdsgeest: een herwaardering van de schilderkunst, met een bijna ambachtelijke aandacht voor verf en kleur. Die aandacht zie je ook terug in het Eemhuis: in de terugkerende ornamenten (de bol in het aluminium, die verwijst naar het schild van Sint Joris op het wapen van Amersfoort), het materiaalgebruik, het kleurgebruik, het licht, de aandacht voor details. De combinatie van deze elementen maakt een gebouw van NRA toegankelijk en bruikbaar voor iedereen. In het Eemhuis is dat zichtbaarder in de bibliotheek en het archief dan in de kunsthal, althans bij deze expositie. Barman heeft gekozen voor de gesloten vorm van de ruimte, en zo lijken de nauwe gangen en de afdaling haast symbool te staan voor zijn persoonlijke zoektocht naar een eeuw Belgische kunst. Als de luiken van de grote zaal open zijn kom ik terug.

© LUCY, 10-11-2014. Tekst Anna van Suchtelen.

Herman van Ingelgem - Blow up

De vierkantigste rechthoek

tot en met 4 januari 2015


De Vierkantigste Rechthoek - Tom Barman ziet alle hoeken van een eeuw Belgische kunst

 

Eemplein 77, 3812 EA Amersfoort

www.kunsthalkade.nl
Open: di t/m vr 11-17 uur,za-zo 12-17 uur

het Eemhuis (foto Mike Bink)